Overdenking

Tekst: Lucas 5 : 1 – 11

Het is op 2 februari de zondag voor het werelddiaconaat. Elk jaar is dat de eerste zondag van februari het geval. Dat heeft te maken met de grote watersnoodramp die op de eerste zondag van februari 1953 het Zuidwesten van ons land trof. We waren aangewezen op hulp uit de hele wereld. Al spoedig, toen wij het hoofd weer boven water konden houden, ontstond het idee om nu op onze beurt de helpende hand te bieden aan anderen die kopje onder gingen. En heel mooi dat die gedachte nog steeds inhoud krijgt in het kerkelijk leven.

In Lucas 5 gaat het om de roeping van enkele vissers tot “vissers van mensen”. Eerst zijn ze zelf gewoon aan het vissen, dan worden ze zelf als het ware vissen, die gevangen worden in het evangelienet. En vervolgens worden ze vissers die anderen in dat evangelienet gaan vangen. Dit is goed, om ons te realiseren. Het vissen is een beeldspraak, die beide aspecten heeft: mensen als vissen, maar ook mensen als vissers.

Heel vaak is dat opgevat als een zendingsopdracht: mensen werven voor de kerk. Persoonlijk zie ik er meer een diaconale opdracht in.

Ons verhaal speelt zich af aan de oever van het meer van Galilea, aan de rand van het water. We spreken daarom maar over een grenssituatie. En we gaan eerst eens kijken naar het leven over die grens, het leven op het water. Water is in de bijbel een beeld van chaos, van de machten, van het tomeloze oergeweld. Het meer van Galilea is dan weliswaar relatief klein, maar mensen weten ervan dat het er kan spoken.

En daarmee wordt dat meer van Galilea een beeld van het woeste leven. Want dat het er woest aan toegaat, dat hoeven we elkaar niet meer te vertellen: de moord op een Iraanse
generaal op initiatief van president Trump
(zou de hofprediker van Trump -ook miljonair- Trump het verhaal van David wel eens hebben voorgelezen waarin hij Saul niet vermoordt maar hem de slip van de mantel afsnijdt??), de emoties in Iran die daarop volgden. Heel iets anders: de branden in Australië. En we kunnen eindeloos veel meer dingen noemen. Het leven is als een zee waar de golven hoog opgezweept worden en waarin ze verwoestend te keer gaan en meedogenloos slachtoffers maken. En zo komt het water in ons gezichtsveld als een bedreigend fenomeen, als iets waar je onder kunt gaan.

En zo kijken we met de scharen die op het strand zijn naar het leven over de grens die water en strandt scheidt. Zelf staan we ook vaak op de grens, er vlak voor, net aan de veilige kant. Dat besef dringt tot velen door: ik heb wel droge voeten, maar er is niet veel voor nodig, of die worden ook nat. Ik denk aan de levenservaring van de mensen, die vertellen: het ging zo goed met mijn leven, tot ineens ………………….. dat telefoontje kwam; ………………….. tot ineens dat vreselijke gebeurde met mijn kind; ………………..totdat ik ineens dat ongeluk kreeg; mijn leven werd op z’n kop gezet; …………………………….. totdat ik ineens die mens ontmoette op mijn levensweg. ’s Morgens was ik nog rustig opgestaan en was er geen vuiltje aan de lucht en ’s avonds was ik in de crisis terechtgekomen.

Jezus benoemt een paar vissers tot vissers die mensen vangen. En dan wordt er voor het woordje vangen een woord gebruikt dat eigenlijk betekent: vangen ten leven!!
Laat het evangelie de aanzet mogen zijn om mensen die er onder door dreigen te gaan omhoog te trekken, weer te doen opademen, weer perspectief te bieden.
Dat dit evangelie ons inspirere, niet alleen de diakenen (zij gaan ons erin voor), maar allen die geraakt zijn door de blijde boodschap. Lof zij U, Jezus Christus, de vis, die visser is, die mensen vangt om hen te laten leven, die mensen gebruikt om op hun beurt andere mensen te vangen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s