In wolk en duisternis is Hij gehuld,
Zijn troon rust op recht en gerechtigheid
(Psalm 97:2)
Wie is God? Het is zo’n beetje de grootste en moeilijkste vraag die een mens kan stellen. Uit onszelf hebben we geen idee van God. Hoogstens bedenk je ‘dat er wel iets zal zijn’ – maar wat of Wie?
Het is niet ten onrechte dat de psalmwoorden hierboven zeggen dat God gehuld is in wolk en duisternis. De profeet Jesaja schrijft erover “Voorwaar, u bent een God die zich verborgen houdt”. Als mensen aan zichzelf worden overgelaten, vormen ze allerlei ideeën over God of goden. Zo zijn de diverse religies in de wereld gekomen. Maar God is niet wat wij ervan maken! Niet voor niets verbieden de Tien Geboden ons een beeld van God te maken. Hij is groter dan al onze beelden, ook groter dan al onze dénkbeelden.
Wie God kunnen we alleen weten als Hij zich laat kennen. Dat is het grote wonder van de Bijbel, dat Hij zich bekendmáákt. Aan Abraham, aan Israël, en sinds Jezus aan mensen wereldwijd. Juist in Jezus zien we God in het hart. En Jezus Zelf stuurt ons op weg om deel te hebben aan de grote opdracht: iedereen vertellen wie zijn Vader is.
Echter, juist als je met mensen over God probeert te spreken, zul je merken dat we God nooit ‘in de vingers hebben’. Ook als je in Hem gelooft, blijft er wolk en duisternis… Juist de kritische vragen van anderen bepalen je daar soms bij. Waarom verhoort Hij een gebed niet? Waarom voel ik niets van Hem? Waarom staan er zulke rare dingen in het Oude Testament? Vragen die God kunnen verduisteren als grote wolken!
Het grote wereldgebeuren kan al net zulke grote vragen oproepen. Waarom komt zijn koninkrijk maar niet? Waarom laat een goede God kinderen lijden? En ga zo maar door.
Er kunnen duizend vragen zijn, waar je geen antwoord op hebt. Vragen van anderen, en soms vragen die opkomen in je eigen hart.
Soms mag je ineens iets van God ervaren, in een gevoel of een gebedsverhoring, in ontzag bij een sterrennacht of geraakt worden door een Bijbelwoord. En toch… wij vatten Hem nooit. Als jouw of uw God helemaal begrijpelijk is, als je denkt ‘Hem in de vingers te hebben’ – dan vrees ik dat het niet over de echte God gaat. De Ontzagwekkende die gehuld is in wolk en duisternis.
Maar wat dan? Als wij God nooit vatten? Moet ons geloof dan vooral maar bestaan in onderwerping aan zijn ondoorgrondelijke wil? Nee! Dat is heidendom, dan zijn ‘God’ en ‘lot’ uiteindelijk twee woorden voor hetzelfde. Er staat nóg iets in de psalm!
De psalm vertelt ons nog iets anders over God. “Zijn troon rust op recht en gerechtigheid”. Dat wil zeggen: het is niet willekeurig wat Hij doet. Hij staat aan de kant van recht en gerechtigheid, niet van onrecht en willekeur. Nee, inderdaad, dat God zó is, is vaak niet te zien om je heen. Dat is juist het lastige van geloven. Je mag het geloven op zijn woord. Op zijn Woord, Jezus die laat zien aan welke kant zijn Vader staat.
Maar het betekent ook dit: als wij God en zijn wegen niet begrijpen, mogen we ons persoonlijk altijd richten op het doen van recht en gerechtigheid. Dat is concreet. Dat past een mens die in God gelooft, soms met alle twijfel. Doen wat eerlijk is. Recht doen aan medemensen. Proberen de wereld wat minder scheef te maken. Niemand in een hoek drukken, en protesteren als anderen dat wél doen. Opkomen voor orde, en waken voor willekeur.
Recht en gerechtigheid. Is dat het hele evangelie? Nee, zeker niet. Maar als je er soms even niets van snapt, van God en geloof, van zijn plannen en gedachten – begin dan maar hier. Bij recht en gerechtigheid. Want dáárop rust zijn troon.
Ds. Adriaan Molenaar
