“Maar de schenker dacht niet meer aan Jozef, hij vergat hem” (Genesis 40:23)
Het hoofdstuk over Jozef in de gevangenis eindigt met deze droevige mededeling. Wat zit er achter?
Er is Jozef al veel overkomen. Hij is door zijn broers als slaaf verkocht naar Egypte. Hij is door zijn meesteres vals beschuldigd van een poging tot verkrachting, en nu zit hij In de gevangenis. De schenker en de bakker van de farao zitten daar ook gevangen en krijgen elk een voorspellende
droom. Jozef krijgt van God het vermogen om deze dromen te verklaren: de bakker zal worden geëxecuteerd, de schenker zal zijn baan terugkrijgen. Jozef vraagt de schenker om straks als hij vrij is, aan hem te denken; om zijn invloed aan te wenden om te zorgen dat Jozef ook vrij komt.
De dromen komen uit en de schenker komt inderdaad vrij. Maar… hij denkt niet meer aan Jozef. Voor hem is die belofte niet belangrijk, hij heeft andere dingen aan zijn hoofd. Maar voor Jozef is de belofte van de schenker héél belangrijk. Hij hoopt, hij wacht, maar langzamerhand dringt het door: hij wordt vergeten.
Wat moet dit een vreselijke ervaring zijn geweest voor Jozef! Hij telt blijkbaar niet voor de schenker, die zelf vrij en blij rondloopt. Jozef doet er niet toe.
Helaas, wat is dit ook nu soms de ervaring van mensen. Als je man of vrouw is overleden, beloven mensen dat ze je snel eens zullen opzoeken. Maar vaak komt er niets van terecht… Of wanneer je vader zegt te komen als je als kind hulp nodig hebt, maar hij wordt afgeleid door een telefoontje en vergeet je stomweg. Of denk aan een situatie waarin je afhankelijk bent van instanties die je van het kastje naar de muur sturen.
Misschien staat u wel naast Jozef. Je vraagt je af: is er iemand die me echt zíet? Iemand die begrijpt hoe belangrijk het voor je is om vervoer te hebben, of iemand die de gordijnen wast, of wat het ook maar is dat je zelf niet voor elkaar krijgt? Is er iemand die niet alleen wat mooie woorden spreekt, maar er ís voor me?
Wat kan het je waardeloos laten voelen als je situatie van onmacht niet serieus genomen wordt. Bij de ander is het niet eens kwade wil misschien, maar gewoon drukte en vergeetachtigheid. Maar als het je overkomt, voel je je hulpeloos en aan de kant gezet.
Laten wij nooit, nóóit zijn als die schenker! Beloof nooit hulp of steun die je vervolgens niet geeft. Beloof dan liever niets! (zie Prediker 5:4). Je beseft niet half hoe akelig het is als een ander vergeefs op je rekent…
Maar een goed voornemen is niet genoeg hierin. Dat helpt even, maar als de drukte toeslaat komt dat beloofde bezoekje er toch weer niet van…
Er is méér nodig. Je kunt een ander pas echt steunen als medemens, wanneer je leert kijken met de ogen van Jezus. Hij ziet de mensen met hun noden, en Hij is met ontferming bewogen. Bewogen met mensen toen, mensen die iemand hadden die hen hielp (zie Johannes 5:7). En net zo goed is Hij bewogen met mensen nú, die zich alleen en afhankelijk voelen.
Laat dit een troost zijn, als je je herkent in Jozef. Jezus vergeet je niet, nooit! Als mensen je in de steek laten, God niet. Zo staat het ook in de geschiedenis van Jozef: ‘maar de Heer was met hem’ (Genesis 39:21). Waar? In de gevangenis, ook als hij zo vreselijk vergeten wordt door de schenker! De Heer is júist nabij voor mensen die niemand hebben. Voor u, als u zich erin herkent.
En mocht je nu juist vrij en blij door het leven gaan, energie hebben en mensen om je heen: dank God dan, en… bid dan om de blik van Jezus. Dan zul je zien wie jou nodig heeft, zo’n persoon is er vast in je netwerk.
En dan zal het niet blijven bij een keertje contact en een vage toezegging, waarna alles bij het oude blijft. Dan zie je de ander echt, dan ben je bewogen, en van daaruit kom je in beweging.
Ds. Adriaan Molenaar
