Overdenking

“Jezus zei tegen [een vijgenboom zonder vruchten]: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’ (…)  

Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen (…) Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ (…)  

Toen ze ’s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was (…) Jezus zei tegen hen: (…) alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.” (Mk. 11:15-26) 

Hierboven staat Markus 11:15-26 samengevat. Het is een Bijbelgedeelte met een opvallende structuur: eerst over dat Jezus een onvruchtbare vijgenboom vervloekt, dan over dat Jezus de tempel schoonveegt, en dan wéér over de vijgenboom. Markus schrijft het met opzet zo op, want deze twee gebeurtenissen hebben met elkaar te maken.  

Op het eerste gezicht is het misschien niet duidelijk wat dan wel de verbinding is,  het lijken twee losse voorvallen. Bij nader inzien is er echter toch een link: gebed

Waarom verjaagt Jezus de handelaars uit de tempel? Omdat het er een huis van gebed moet zijn. Een plek waar tijd en ruimte is om tot God te naderen, niet een drukke markthal waar dat nauwelijks lukt. Jezus vindt bidden belangrijk! Belangrijker zelfs dan de offers, waar deze handelaars alle benodigdheden voor leverden. Blijkbaar dachten de tempel-autoriteiten er anders over: het religieuze raderwerk moest vooral soepel draaien, de tempelgangers moeten bediend worden en de kas moet gevuld blijven. Naderen tot God in gebed? Dat kwam zo op de achtergrond, misschien wel ongemerkt of ongewild. Maar niet als het aan Jezus ligt! 

Dan de vervloeking van de vijgenboom. Er zou veel over te zeggen zijn, maar Jezus gebruikt het gebeuren hier vooral als een illustratie van de kracht van gebed. Hij beschrijft de ‘vervloeking’ van de boom als een gebed, dat verhoord is. Daárom is de boom binnen een dag doodgegaan. En opnieuw wijst Hij op het belang van gebed: bid vol geloof, dan zúl je ontvangen.  

Dit Bijbelgedeelte biedt zo een belangrijke les voor ons. He belang van gebed! Gods huis moet een huis zijn van gebed. Toen de tempel, maar in onze tijd mogen we dan wel aan de kerk denken. Het gebouw en bovenal wij als de gemeente. Welke plek heeft gebed daar?  

Ook voor ons in Beekbergen is er het gevaar dat de tempel bedreigde. Dat er van alles gebeurt, dat de kerkgangers bediend worden en het noodzakelijke geld verzameld, maar dat we in dat alles vergeten om stil te worden voor God. Om te spreken tot Hem en te luisteren. Maar dan verdwijnt datgene naar de achtergrond waar het juist om moet gaan: de verbinding met Boven! 

We kunnen alleen tot onze schade het gebed verwaarlozen. Want, zo leert dit Bijbelgedeelte ons: gebed heeft grote, ongelooflijke kracht. Als we vertrouwend vragen, zullen we ontvangen. Dan zal God zelf handelen. Dan kunnen er dingen gebeuren die we zelf niet kunnen. Dan verdort een grote boom in één dag, of dan komt er ineens een dorpsgenoot tot geloof. Maar… dan moeten we wel bidden!  

Ik geloof vast: als wij als gemeente nu eens elke avond samenkwamen om te bidden voor de bekering van Beekbergen, zou het vroeg of laat gebeuren! Want er ligt die grote belofte van Jezus. Waarom doen we het eigenlijk niet? Geloven we Jezus’ woorden niet echt? Vinden we het niet belangrijk genoeg dat mensen God vinden? Is het gewoon teveel moeite?  

Bid, mensen, bid! Zonder gebed sterft je ziel, sterft een gemeente. Maar met gebed gebeuren er grote dingen! 

Ds. Adriaan Molenaar 

Geef een reactie