Overdenking

Waarmee zal Ik dan de mensen van deze generatie vergelijken, waarop lijken ze? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
“Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren.”
Want Johannes de Doper is gekomen, hij eet geen brood en drinkt geen wijn, en jullie zeggen: “Hij is door een demon bezeten.” De Mensenzoon is gekomen, Hij eet en drinkt wel, en jullie zeggen: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.” (Lukas 7:32-34)

Intrigerende woorden Jezus, de bovenstaande! Maar wat willen ze zeggen, voor de mensen toen en voor de mensen nu? Ik wil een poging wagen om er een les uit te trekken. En die les heeft alles te maken met het spreekwoord ‘de deugd in het midden’ – alleen dan juist andersom!

Jezus vergelijkt de mensen uit zijn tijd met kinderen die niet willen meedoen. Of het nu iets vrolijks is, ‘bruiloftje spelen’, of  iets treurigs, ‘begrafenisje spelen’, ze doen niet mee. Met dansen niet en met klagen niet. Kinderen met wie niets te beginnen is!

Net zo zijn jullie, zegt Jezus tegen de omstanders. Eerst kwam Johannes de Doper, die strenge preken hield. Hij riep op tot inkeer en boete. Maar gingen jullie beklagen wat je fout deed? Niks daarvan. De meesten stonden erbij en keken ernaar. Sterker nog, ze hadden kritiek. Die Johannes was hen veel te radicaal. Zijn leefwijze als een soort kluizenaar, zijn scherpe woorden… Ze hielden ze van zich weg door te zeggen ‘die man is gek, hij slaat helemaal door’.

Na Johannes kwam Jezus zelf. Hij liep niet in een ruige pij van kamelenhaar, hij ging gewoon naar feesten, zelfs bij tollenaars en zondaars. En overal sprak hij over zijn Vader, over God en genade. Maar gingen de mensen daardoor zich verbinden aan die Vader, leven uit die genade? Sommigen misschien. Maar de meesten stonden erbij en keken ernaar. En ze hadden hun kritiek al weer klaar. Die Jezus, moet je zien waar hij aan tafel zit – Hij kan nooit deugen!

Als kinderen die aan de kant staan en niet meedoen. Zo waren er toen velen, zo zijn er denk ik nog heel wat. Hoe reageer jij als iemand een radicale boodschap brengt over God, als je te horen krijgt dat leven als christen keuzes vraagt? Als hij of zij zelfs kritiek heeft op je leven? Misschien reageer je al snel wat geërgerd, houd je het op een afstand. “Wat een doordrijver!”. Maar durf je de optie open te laten dat God door zo iemand spreekt? Geloof ís radicaal je overgeven aan Hem, bereid zijn alles op te geven wat niet bij Hem past!

En aan de andere kant: als er iemand komt die groots spreekt van Gods genade, zijn liefde, zijn beloftes – hoe reageer je dan? Ben je er wel eens echt blij van geworden, durf je je te laten meevoeren? Of denk je dan óók al bij zo iemand “ja ja, hij slaat wel een beetje door”?

Je kunt aan de kant blijven staan, met het idee ‘de deugd in het midden’. Geloof als niet te zwaar of te radicaal, en niet te happy-clappy of te simpel. Dat klinkt heel weloverwogen. Maar wat als je zo juist heel het leven als mens van God misloopt? Dat is namelijk allebei: radicale keuzes maken én tegelijk grote vreugde vinden, ernst voelen voor Gods aangezicht én gezegend leven in het heerlijk licht van dat aangezicht!

Inderdaad, je moet op je hoede zijn voor eenzijdigheid. ‘Geloof’ dat alleen loodzwaar is deugt niet, en alleen oppervlakkig praten over Gods liefde klopt ook niet. Maar je lost eenzijdigheid niet op door allebei de kanten dan maar te mijden. Nee, je komt op het goede spoor door allebei de kanten vast te houden en uit te leven! Leven met God maakt mij ernstig, en blij. Het houdt me scherp en het geeft me ontspanning. Hoe is dat bij u of bij jou?

Ds. Adriaan Molenaar

Voor u gelezen

God, beproef mij en ken mijn hart,
doorgrond mij geheel.
Onderzoek mij,
peil wat ik overpeins.
Kijk of ik niet een spoor volg
dat naar de duisternis voert,
en wijs mijn voeten
de goede route,
de weg met toekomst.           
(vertaling van ‘Egtabernie ja Allah’, het slot van psalm 139; AJM)

Mijn kind, er kan veel gebeuren in je leven; zorg dat je altijd met je gezicht naar God blijft staan. Want sta je eenmaal met je rug naar Hem toe, dan kan je zó moeilijk omdraaien, dat lukt bijna niet meer.
(een vader tegen zijn dochter, die dit op haar 90e nog precies wist)

Vanwege hun verlangen naar oneindigheid, hier of in het hiernamaals, is sinds het einde van de negentiende eeuw grote muziek voor velen een vervanger van de godsdienst geworden.
(Pieter Nouwen)